| Landschap en klimaat |
| Tuesday, 10 May 2005 10:58 | ||||
Page 1 of 2 There are no translations available. Tsjechie (officieel: Ceska Republika of kortweg: Cesko) is een republiek in Midden-Europa. Tsjechië heeft een oppervlakte van 78.864 km2, verdeeld over de streken Bohemen en Moravie. Tsjechie is daarmee ongeveer twee keer zo groot als Nederland.
Het land grenst aan geen enkele zee, de dichtstbijzijnde zeeën zijn de Oostzee in het noorden en de Adriatische Zee in het zuiden, beide op meer dan 300 kilometer afstand. Tsjechie grenst in het noordoosten aan Polen (658 km), in het oosten aan Slowakije (215 km), in het zuiden aan Oostenrijk (362 km) en in het westen en noordwesten aan Duitsland (646 km). Op veel plaatsen is sprake van vulkanische activiteit die zich voordoet in de vorm van warmwaterbronnen. Rond die plekken zijn de beroemde kuuroorden en badplaatsen ontstaan. Landschap Tsjechie vertoont naar ouderdom als naar vorm zeer verschillende landschapsvormen. Het landschap wordt gekenmerkt door een opeenvolging van bekkenvormige laagvlaktes die door gebergtes van elkaar worden gescheiden. Deze landschappen zijn in drie hoofdgroepen te verdelen:De bekkens en gebergten van het Boheemse massief.
Dit massief is een geplooid gebied dat de Boheemse laagvlakte in een wijde boog omsluit. Dit massief omvat in het noorden het Sudetengebergte met als hoogste top de Schneekoppe of Snezka (1603 meter) in het Reuzengebergte. Het Reuzengebergte is tevens een Nationaal Park en overwegend begroeid met naaldbomen. De bron van de rivier de Elbe (Labe) is ook te vinden in het Reuzengebergte. Ten westen hiervan ligt het Ertsgebergte of Kru?n? hory (hoogste top Kl?novec, 1603 meter), dat de noordwest- en noordgrens met Duitsland markeert en rijk is aan delfstoffen, o.a. bruinkool. Aan de voet hiervan ligt het vulkanische Duppauergebergte (Doupovske hory) met veel minerale bronnen, die de aanleiding zijn geweest tot het ontstaan van de Tsjechische kuuroorden. Richting zuidoosten ligt het Fichtelgebergte en het Boheemse Woud, gemiddeld ca. 1150 meter hoog met als hoogste top de Javor met 1330 meter. De Boheemse laagvlakte bestaat in het zuiden uit het lage massief van Zuid-Bohemen en o.a. het Luschnitzer bekken. Door de Boheemse laagvlakte stromen een aantal rivieren, waarvan de Moldau (Vlava) de bekendste is. Ten noordwesten hiervan ligt het heuvellandschap van het Brdawoud (tot 850 meter hoog) en de heuvellandschappen van Noordwest-Bohemen. In het oosten wordt Bohemen van Moravië gescheiden door de Moravische hoogten (tot 660 meter hoog). Aan de voet van Jizerske hory ligt het Boheems Paradijs (Cesky raj), een natuurgebied met grillige zandsteenrotsen. Vlak bij Praag ligt de Tsjechische Karst (Cesky kras), een gebied dat bekend is om zijn druipsteengrotten. De Silezisch-Moravische corridor
Dit is een licht geaccidenteerd gebied tussen het Boheemse en het Moravische deel dat bestaat uit sedimenten en vulkanische gesteenten.
Moravië is over het algemeen betrekkelijk vlak met lage bergen en heuvels van het Boheems-Moravisch Hoogland in het westen. De bekkens en gebergten van het jongere plooiingsgebergte in Moravie, deel uitmakend van het westelijk deel van de Karpaten.
De landschappen van Moravie vallen samen met de Witte en Kleine Karpaten. De rivier de Morava loopt van het noorden naar het zuiden en mondt in de Donau uit. Door de rivier is een breed dal ontstaan. Ten noorden van Brno ligt een bekend kalksteengebied met veel druipsteengrotten, onderaardse meertjes en rivieren, de Moravische Karst (Moravsky kras) |






Tsjechie vertoont naar ouderdom als naar vorm zeer verschillende landschapsvormen. Het landschap wordt gekenmerkt door een opeenvolging van bekkenvormige laagvlaktes die door gebergtes van elkaar worden gescheiden. Deze landschappen zijn in drie hoofdgroepen te verdelen:


