Bernartice u Trutnova

Wapen Bernartice
Bevolking en Cultuur
There are no translations available.

Samenleving

Tsjechië telde in 2001 ca. 10,3 miljoen inwoners. De bevolking bestaat voor 81% uit Tsjechen, 13% uit Moraviërs en 3% uit Slowaken, terwijl het land nog een aantal etnische minderheden telt, namelijk Duitsers, Polen, Hongaren. Geen van deze drie bevolkingsgroepen maken meer dan 0,5% van de bevolking uit. Een andere minderheid in de Tsjechische Republiek zijn de zigeuners of Roma. Deze bevolkingsgroep heeft veel te verduren van discriminatie en vooroordelen, waardoor maar 0,3% van deze bevolking zich tot deze groep rekent. Het aantal Roma moet echter veel groter zijn, schattingen variëren van 2,4 tot 2,9%. Onder druk van de Europese Commissie probeert de Tsjechische regering de situatie te verbeteren.
De huidige bevolkingssamenstelling van Tsjechië is het resultaat van de ingrijpende veranderingen na 1945, waarbij de etnische minderheden voor een groot deel verdwenen zijn. In 1930 leefden er nog 3,3 miljoen Duitsers en meer dan 200.000 joden in het land. OP dit moment vormen de Duitsers nog maar 0,4% van het totale inwoneraantal en ook van de joden is nog maar een heel klein deel over. Ook de overige minderheidsgroepen zijn na de oorlog flink in aantal afgenomen.

De bevolkingsgroei is in de periode 1985-1995 tot nul teruggelopen en daalt de laatste jaren zelfs. Tussen 1990 en 2001 daalde het bevolkingsaantal van 10,34 miljoen naar 10,26 miljoen. De belangrijkste reden dat het bevolkingsaantal terugloopt, is dat het aantal geboortes sterker daalt dan het aantal sterfgevallen.
Het aantal geboren kinderen per 1000 inwoners daalde van 12,6 in 1990 naar 8,8 in 2001. Het sterftecijfer daalde van 12,5 per 1000 inwoners naar 10,5 in 2001. De verwachting is dat de bevolking tussen 2001 en 2005 met 0,13% zal afnemen. Ook de levensverwachting bij geboorte stijgt niet verder en is een van de laagste in Europa, 71 jaar voor mannen en 77,8 jaar voor vrouwen.

De bevolkingsopbouw was in 2001 als volgt:
0-14 jaar 15,7%
15-64 jaar 70,3%
65+ 14%

Ongeveer 20% van de bevolking woont in de vijf grootste steden en 34,6% woont in steden met meer dan 50.000 inwoners. Een kwart van de bevolking woont in kleine dorpen en steden van 2000 tot 5000 inwoners. De landelijke bevolkingsdichtheid is ca. 130 personen per km2. De grootste bevolkingsdichtheid is te vinden in de industriële gebieden van Noord-Bohemen, de laagste langs de grens van Zuid-Bohemen.

Inwoneraantal grootste steden:

Praag 1.200.000
Brno 388.000
Ostrava 327.000
Plzeň 172.000
Olomouc 104.000
Liberec 101.000
Ứste nad Lebem 100.000
Hradec Kralove 100.000
Česke Budĕjovice 97.000
Pardubice 95.000

Taal

Het Tsjechisch behoort samen met het Pools en het Slowaaks tot de West-Slavische taalgroep. Opvallend aan het Tsjechisch is het gebruik van veel medeklinkers achter elkaar.
Voorbeeld: Steek je vinger in je hals, Griek = Strč prst skrz krk, Crk.

De klemtoon valt bijna altijd op de eerste lettergreep van een woord. Het verschil tussen lange en korte klinkers is duidelijk te horen. Lange klinkers worden geschreven met een accent; á, é, í, ú en ý.  De ó kent het Tsjechisch niet. Zonder dit accent worden de klinkers kort uitgesproken.

Enkele woorden en uitdrukkingen:

Een- jedna
Tien- deset
Honderd- sto
Duizend - Tisíce
Hoe laat is het? -kolik je hodin?
Welke dag is het vandaag? - co je dnes za den?
's Morgens- dopoledne
's Middags - odpoledne
's Avonds - večer
's Nachts - v noci
Dag meneer - dobrý den, pane
Hallo - nazdar
Hoe gaat het met u? - Jak se máte
Tot ziens - na shledanou
Goede reis - Šťastnou cestu
Waar is het toilet? - Kde je záchod?
Wie is dat? - kdo je to?


Godsdienst


Van 1949 tot 1990 stonden alle kerkelijke organisaties onder controle van de staat, die ook de salarissen van de geestelijken betaalde. In 1990 is de kerk officieel van de staatvituskathedraal gescheiden en er zijn dan ook geen officiële kerkelijke statistische gegevens bekend. De belangrijkste kerk is de Rooms-Katholieke Kerk, waartoe zich ca. 39% van de bevolking rekent en die bestuurlijk is ingedeeld in twee kerkprovincies: Bohemen en Moravië, met respectievelijk de aartsbisdommen Praag en Olomouc.
Vanaf 1971 beheerste de vereniging van pro-communistische priesters, Pacem in Terris, de Rooms-Katholieke Kerk in Tsjechoslowakije. Deze organisatie stond onder invloed van de staat. Pacem in Terris werd in 1990 opgeheven.

In 1920 maakte een deel van de Rooms-Katholieke Kerk zich los van Rome, waarmee de Tsjechoslowaakse Kerk, een nationale katholieke kerk, ontstond (sinds 1971 Tsjechoslowaakse Hussitische Kerk geheten). Er is een aantal protestantse kerken, waaronder die van de Tsjechische Broeders; 2,5% van de bevolking is protestants. Voorts is er de Orthodoxe Kerk van Tsjechoslowakije en de Grieks-Katholieke Kerk. Daarnaast zijn er nog lutheranen, presbyterianen, gereformeerden, baptisten, hernhutters, methodisten en joden.    Ca. 40% van de Tsjechische bevolking is ongelovig.


Staatsinrichting


Van 1948 tot 1989 was de voormalige Republiek Tsjechoslowakije een communistische staat met een eenpartij-systeem. Sinds de val van het communistische regime in 1989 besloten de Tsjechen en Slowaken om afzonderlijk verder te gaan, na 71 jaar als een gezamenlijke staat. De Tsjechische Republiek startte officieel op 1 januari 1993 als een onafhankelijke staat en parlementaire democratie.
Volgens de Grondwet van 1993 is Tsjechië een parlementaire republiek met als staatshoofd een president die voor de duur van 5 jaar, met een maximum van twee periodes, door beide Kamers wordt gekozen. De uitvoerende macht berust bij de regering, die wordt aangevoerd door de minister-president, dus de macht van het staatshoofd is relatief beperkt. De president mag zijn veto uitspreken over wetsvoorstellen en mag na verkiezingen de beoogde premier voordragen. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de benoeming van ministers en de voorzitter van de Centrale Bank en heeft de bevoegdheid tot het verlenen van gratie.
De wetgevende macht berust bij het parlement dat uit twee kamers bestaat: het Huis van Afgevaardigden (Poslanecki snemovna) met 200, een keer in de vier jaar via algemene verkiezingen gekozen leden, en de Senaat met 81 leden, waarvan elke twee jaar steeds een derde in directe verkiezingen wordt gekozen. Senatoren worden gekozen voor een periode van zes jaar.
Algemeen kiesrecht is er voor alle Tsjechen vanaf 18 jaar. Er bestaat voor politieke partijen een kiesdrempel van 5%.

De grondwet benadrukt de onafhankelijkheid van het gerechtelijke apparaat. Het Constitutioneel Hof is de hoogste autoriteit in grondwettelijke zaken en bestaat uit 15 rechters die op voordracht van het parlement door de president worden benoemd.

Administratieve indeling
Sinds 1 januari 2000 is er een nieuwe administratieve structuur van kracht geworden en heeft Tsjechië er een nieuw gekozen bestuurslaag bij gekregen. Tsjechië is nu opgedeeld in veertien administratieve regio's. Hiervoor was Tsjechië onderverdeeld in zeven regio's en twee stadsdistricten maar deze zijn dus per 1 januari 2000 opgeheven.

Onderwijs
Het onderwijs in Tsjechië is van een relatief hoog niveau en wordt voor een groot deel gefinancierd door de overheid. Na de val van het communisme is er wel een toename geweest in het aantal prive-scholen en scholen bestuurd door kerken. Ook gaan er sinds die tijd steeds minder leerlingen naar het beroepsonderwijs, terwijl steeds meer leerlingen hoger onderwijs genieten.
Bijna 90% van alle kinderen tussen de drie en zes jaar bezoekt de kindergarten. Vanaf zes jaar volgen kinderen basisonderwijs van groep een tot en met vijf. Daarna volgt het secundaire basisonderwijs van groep zes tot en met negen. De meeste kinderen vervolgen hun onderwijs op een school voor hoger secundair onderwijs, dat is verdeeld in drie richtingen.
Allereerst de gymnasia, die een algemene opleiding geven die voorbereidt op universitair onderwijs. Verder is er nog beroepsonderwijs en zijn er technische opleidingen die drie en vierjarige opleidingen geven.
Universiteiten geven vijf- of zesjarige opleidingen. De Praagse Karels Universiteit werd gesticht in 1348 en was de eerste universiteit in Europa ten noorden van de Alpen en ten oosten van Frankrijk. Jaarlijks heeft deze universiteit ca. 27.000 studenten en ca. 3500 leraren en professoren.
Sinds 1990 ontstonden er veel prive-scholen, met name in het middelbaar onderwijs. In het schooljaar 1998/1999 bezochten ca. 1,2 miljoen kinderen het basisonderwijs, ca. 450.000 kinderen de verschillende typen van middelbaar onderwijs en ca. 236.000 studenten volgden hoger onderwijs.

(Bron: www.landenweb.com )

 
/templates//div